|
|












|
|
Protocol bijtincidenten
Werkgroep Hulp Inbeslaggenomen Honden heeft
voor gemeenten een protocol ontwikkeld.
Wanneer een gemeente dit protocol in haar beleid opneemt tracht zij
daadwerkelijk iets aan het voorkomen van bijtincidenten te doen en zorgt zij
gelijk voor een rechtvaardige behandeling voor honden en eigenaren.
- Bestuursrecht: De politie in de
gemeente heeft instructies van de burgemeester om afhandeling van
bijtincidenten zoveel mogelijk via het bestuursrecht te laten verlopen.
- Hondenbrigade: Bijtincidenten
worden door de Hondenbrigade afgehandeld. Door hen wordt altijd eerst
zorgvuldig bekeken hoe het bijtincident tot stand is gekomen en welke rol de
bezitter van de hond, het slachtoffer en de hond hierin gespeeld hebben
(honden kunnen zodanig uitgedaagd, getreiterd, bedreigd of mishandeld
worden, dat men kan spreken van een natuurlijke afweerreactie waardoor er
geen sprake van een agressieve aard hoeft te zijn bij de hond). Een door
Alpha erkende hondengedragsdeskundige geeft hierin zo spoedig
mogelijk (binnen een week) advies aan de Burgemeester.
- Gesprek eigenaar en evt. screenen:
Na een bijtincident voert de Hondenbrigade een gesprek met de eigenaar van
de hond om te bepalen of het nodig is dat de eigenaar gescreend wordt op
bekwaamheden in het omgaan met zijn hond in de openbare ruimte. Dit screenen
vindt zonodig plaats door een door de gemeenten aangestelde commissie waarin
zitting hebben een door Alpha erkende hondengedragsdeskundige, een
dierenarts en een gedragspsycholoog. De eigenaar dient gescreend te worden
op zijn empathisch vermogen, verantwoordelijkheidsgevoel, schuldbesef,
kennis over honden en vaardigheid in een juiste omgang met zijn hond.
- Uitkomst screening: Wanneer
uitkomst van screening is dat het de eigenaar is waardoor het bijtincident
is veroorzaakt en de eigenaar duidelijk niet geschikt blijkt te zijn voor de
hond waardoor herhaling kan plaatsvinden en er met de hond zelf weinig mis
is, wordt de eigenaar verplicht afstand van zijn hond te doen. De hond wordt
dan voor herplaatsing overgebracht naar een asiel.
- Onmiddellijk aanlijn- en
muilkorfgebod* en een verplichte opvoedcursus of gedragscursus om de hond
beter onder appél te krijgen: Eigenaar van een hond die een bijtincident
heeft veroorzaakt bij een mens of een dier krijgt standaard na melding per
direct een aanlijn- en muilkorfgebod in de openbare ruimte voor zijn hond
voor ten minste zes maanden en wordt verplicht op eigen kosten een
opvoedcursus of gedragscursus bij een als kwalitatief goed bekend staande
hondenschool of gedragstherapeut (Martin Gaus hondenscholen, O & O, Alpha)
die honden positief traint te volgen. De geboden vervallen wanneer uit het
advies van de hondengedragsdeskundige blijkt dat er bij de hond sprake was
van uitlokking en een natuurlijke afweerreactie en dat er daarom mag
aangenomen worden dat de hond geen gevaar is in de openbare ruimte. Dit
gebod opnemen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
- Risico-inschattingstest vrijwillig na
zes maanden: Eigenaar kan standaard, op enkele uitzonderingen na*, om
van het aanlijn- en muilkorfgebod voor zijn hond af te geraken, met zijn
hond na zes maanden op eigen kosten een risico-inschattingstest ondergaan.
Eigenaar dient hieraan vooraf op eigen kosten een gedragstraining bij een
door Alpha erkende gedragstherapeut die honden positief traint gevolgd te
hebben. Reuen dienen minimaal een maand voor de risico-inschatingstest
gecastreerd te worden.
- Beoordeling risico-inschattingstest:
De risico-inschattingstest wordt samen met eigenaar en hond afgenomen.
Beoordeling van de gedragstherapeut over gedrag hond en combinatie hond en
baas in de voorafgaande gedragstraining spelen een belangrijke rol in de
totale beoordeling van de risico-inschattingstest. Eigenaren dienen zich te
houden aan de maatregelen die voortvloeien uit het advies van de
risico-inschattingstest en zijn strafbaar wanneer zij zich hier niet aan
houden. Is de uitkomst van de risico-inschattingstest positief dan vervalt
met onmiddellijke ingang het aanlijn- en muilkorfgebod. Eigenaar krijgt dit
schriftelijk bevestigd. Is de uitkomst van het risico-assessment negatief
dan blijft het aanlijn- en muilkorfgebod minimaal drie maanden daarna van
kracht, waarna opnieuw (op kosten van de eigenaar) een test afgelegd kan
worden indien eigenaar deze direct heeft aangevraagd. Eigenaar dient zich in
de tussentijd te houden aan het muilkorf- en aanlijngebod en de evt. andere
maatregelen die hem in het advies uit de eerste test zijn opgelegd. Komen
eigenaar en hond negatief uit de tweede test dan krijgt de hond een blijvend
muilkorf- en aanlijngebod. Komt de hond bij de tweede test positief uit de
test dan vervalt met onmiddellijke ingang het muilkorf- en aanlijngebod.
Eigenaar krijgt dit schriftelijk bevestigd. Zolang de eigenaar geen gebruik
maakt van het afnemen van een tweede test blijft het aanlijn- en
muilkorfgebod van de hond in de openbare ruimte van kracht. Eigenaar mag ten
allen tijde een tweede test aanvragen, die na drie maanden behoort te worden
afgenomen. Eigenaar behoort altijd voorafgaand een gedragstraining met zijn
hond gevolgd te hebben bij een door Alpha erkende hondengedragsdeskundige.
- Euthanasieadvies: Een
euthanasieadvies voor de hond is enkel geoorloofd wanneer duidelijk is dat
de hond gestoord onvoorspelbaar gedrag vertoont, herplaatsing geen oplossing
kan zijn, het niet aan de eigenaar ligt, het gestoorde gedrag van de hond
door training niet te veranderen is en de hond daardoor een gevaar blijft in
de openbare ruimte ondanks muilkorf- en aanlijngebod.
- Blijvend aanlijn- en muilkorfgebod:
Eigenaren die weigeren een gedragstraining te volgen met hun hond
verplichten zich om hun hond levenslang aan te lijnen en te muilkorven in de
openbare ruimte.
- Strafrechterlijke vervolging en
inbeslagname voor niet houden aan geboden: Eigenaren die zich willens en
wetens niet houden aan het verplichte muilkorf- en aanlijngebod voor hun
hond lopen het risico van strenge strafrechtelijke vervolging, inbeslagname
van hun hond, de mogelijkheid tot gedwongen afstand van hun hond en
herplaatsing, en bij een hoogrisico combinatie eigenaar en hond een
houdverbod.
- Inbeslagname: Het in beslag nemen
van een hond na een bijtincident gebeurt alleen wanneer de verwondingen zeer
ernstig zijn en/of er duidelijk sprake van is dat de hond of de combinatie
eigenaar/hond een gevaar oplevert in de openbare ruimte. Een inbeslagname
mag ten hoogste vier weken duren. Gemeenten maken daarom voor een snelle
afwikkeling gebruik van het bestuursrecht en geven prioriteit aan
inbeslaggenomen honden.
- Castratie reuen: Reuen die wegens
een bijtincident in beslaggenomen zijn dienen onmiddellijk op kosten van de
eigenaar gecastreerd te worden. Dit omdat de opspelende hormonen
(testosteron) bij een reu agressief gedrag in hoge mate beïnvloedt. Na vier
weken kan de gecastreerde reu getest worden (deze hormonen zijn dan vrijwel
uitgewerkt).
- Verzorging en omgang in opslag:
Een inbeslaggenomen hond wordt intensief voorbereid voordat hij aan de
risico-inschattingstest wordt onderworpen. De eigenaar wordt bij het afnemen
van de risico-inschattingstest betrokken. Wanneer er door de opslaghouders
niet voldaan is aan de procedure van de inbeslagname (zie hieronder) en de
hond in isolatie gehouden is wordt er geen risico-inschattingstest bij de
hond afgenomen.
- Houdverbod honden: Eigenaren die
meerdere malen duidelijk hebben laten blijken niet de verantwoording voor
hun hond te nemen, hun hond op te hitsen en te gebruiken als wapen of hun
hond zo slecht te behandelen dat er agressie ontstaat bij de hond waardoor
de hond zich gaat afreageren op anderen dan zijn baas, kunnen op verzoek van
de burgemeester door het OM een houdverbod opgelegd krijgen. Per 2011 is het
wettelijk verplicht om een hond te chippen. Hier liggen goede mogelijkheden
voor controle.
*
Onmiddellijk aanlijn- en muilkorfgebod:
In periode van de gedragstraining heeft een hoofdband met snoetenband met extra
veiligheidssluiting aan de halsband de voorkeur als goed alternatief voor de
muilkorf. Door de hoofdband is het gedrag van de hond veel beter te beïnvloeden,
uitvallen is vrijwel niet mogelijk omdat de beweging onmiddellijk wordt
onderbroken. Daarbij maakt de snoetenband bijten onmogelijk maar biedt nog wel
de mogelijkheid gewenst gedrag in te trainen en te onderhouden omdat beloning
mogelijk blijft. Door de verbinding tussen halsband en hoofdband door
harpsluiting is ieder risico volledig ingedamd. De muilkorf is geschikt bij
meelopen aan de fiets en bij joggen, tevens geschikt voor eigenaars die hun hond
niet willen of kunnen trainen.
*
Uitzonderingen: Een hond kan vaker
gebeten hebben zonder dat de eigenaar (afdoende) veiligheidsmaatregelen heeft
getroffen. Deze eigenaar krijgt geen herkansing door training en testafname. Hij
heeft een onmiddellijk aanlijngebod, hoofdbandgebod en muilkorfgebod dat blijft
zolang de hond leeft.
PROCEDURES
Inbeslagname van de hond
Indien een hond in beslag moet worden genomen en van
huis (of andere plek) moet worden opgehaald, dan dient dat te gebeuren door de
Hondenbrigade, niet door de politie. De Hondenbrigade is opgeleid om om
te gaan met (agressieve) honden en kan zorgen dat de hond zo min mogelijk stress
en frustratie van de inbeslagname ondervindt.
Note: Politie is hiertoe niet opgeleid, de ‘arrestatie’’
van de hond gaat dan dikwijls gepaard met veel geschreeuw en intimidatie, werken
met vangstokken en bedreiging door meer agenten tegelijk. Voor de hond
buitengewoon beangstigend/bedreigend waardoor (angst)agressie wordt uitgelokt.
Verzorging in opslag in belang van het welzijn
van de hond
Sociaal contact met verzorg(st)ers, sociaal contact
met soortgenoten (indien mogelijk in kennel, anders op speelplaatsen), sociale
bezigheden door spel en training.
Isolatie is hondonvriendelijk en maakt de meest
vriendelijke hond op het laatst nog gek. Laat staan energieke honden. Ballen en
ander speelgoed ‘voor het spelen in zijn eentje’ lijken een mooi alternatief
voor een sociale relatie maar zijn dat geenszins. Het verlicht de isolatie en
gebrek aan sociale binding op geen enkele manier. Het is puur een versluiering
voor de buitenwereld van de werkelijke feiten.
- Inbeslagname mag niet langer dan een maand duren uit oogpunt van
menselijkheid en dierenwelzijn. Indien de hond na een maand teruggegeven
wordt aan de eigenaar dient deze alsnog verplicht een opvoedcursus of
gedragstraining met zijn hond te volgen.
- Om trauma’s te voorkomen krijgt een inbeslaggenomen hond gelijk bij
aankomst in de opslag een eigen verzorg(st)er toegewezen die direct bij
aankomst begint om een band met de hond op te bouwen om zo het vertrouwen
van de hond te winnen. Dit gebeurt door de hond veel en de juiste aandacht
te geven en beloningen in de vorm van eten, met de hond te spelen en
wandelen. Hiervan vindt dagelijks verslaggeving plaats door de verzorgster
van de hond.
- Tijdens de inbeslagname volgt de hond samen met de verzorg(st)er een
elementaire gedragscursus. Dit versterkt de band tussen verzorg(st)er en
hond en de hond kan zonodig beter gedrag aanleren.
- Gelijk bij de inbeslagname wordt gekeken of de hond samen met een andere
hond in de kennel geplaatst kan worden (reuen en teefjes gaan bijna altijd
goed samen) en samen op speelplaats kunnen. (Dit zijn ook de voorwaarden in
het Honden- en Kattenbesluit waaraan kennels horen te voldoen, ook die in
asielen! Helaas houdt men zich in de opslag hier niet aan).
- Er wordt geen vangstok, waterspuit of andere dwangmiddelen (inclusief
intimiderend gedrag als schreeuwen) gebruikt om de hond te dwingen uit zijn
hok te komen.
- Eigenaren krijgen één keer per twee weken verslaglegging van de verzorg(st)er
(deze blijft in de verslaglegging anoniem) over hoe het met de hond gaat met
evt. bijgevoegd een digitale foto van de hond. De verslaglegging kan per
email verzonden worden door de opslaghouder naar de Dienst Regelingen waar
de informatie doorgestuurd kan worden naar de eigenaar of advocaat.
- Met de inbeslaggenomen hond wordt dagelijks een wandeling gemaakt van
een half uur minimaal en de hond is dagelijks een uur op de speelplaats.
- Een inbeslaggenomen hond heeft recht op een eigen mand met deken.
naar boven
|
|